Uitgaansvergunningen en penitentiair verlof: de deur op een kier?
auteur | Veerle Scheirs |
tijdschrift | Panopticon (ISSN: 771-1409) |
jaargang | Jaargang | Volume 36 |
aflevering | Issue 1. January / February 2015 |
onderdeel | Boekbespreking | Book review |
publicatie datum | 12 februari 2015 |
taal | Dutch |
pagina | 77 |
samenvatting | De Belgische strafuitvoering heeft formeel als doelstelling de veroordeelde te ondersteunen bij zijn sociale re-integratie. De uitgaansvergunning (UV) en het penitentiair verlof (PV), die veroordeelde gedetineerden toelaten tot 16 uur (UV) of tot 36 uur (PV) buiten de gevangenis te verblijven, kunnen aanzien worden als eerste aanzet tot het realiseren van deze doelstelling. De Wet op de Externe Rechtspositie (2006) kent de beslissingsbevoegdheid inzake deze strafuitvoeringsmodaliteiten toe aan de minister van Justitie of zijn gemachtigde, de Directie Detentiebeheer (DDB), aangezien deze modaliteiten worden gezien als een inherent deel van de strafuitvoering. Het belang en de impact van (het verkrijgen) van deze strafuitvoeringsmodaliteiten in het reclasseringstraject van de veroordeelde kunnen dan ook moeilijk overschat worden. Echter, tot enige tijd terug kreeg dit scharniermoment in de strafuitvoering weinig publieke en wetenschappelijke aandacht. Het onderzoek dat het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) uitvoerde in opdracht van het Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen (DG EPI) (Mine & Robert, 2013; Robert & Mine, 2014) en het boek |
bekijk het artikel als PDF
|